Uitlijnen

Uitlijnen
Trekt uw wagen naar links of naar rechts als u op een rechte weg even het stuur loslaat? Dan is het tijd om uw uitlijning te laten controleren. Uitlijnen betekent dat de ophangingsdelen voor- en achteraan worden afgesteld. Een foute afstelling van de uitlijning kan een vroegtijdige slijtage van de banden veroorzaken.

De uitlijning moet worden gecontroleerd als:
  • U een aanrijding heeft gehad.
  • Uw banden tekenen van abnormale of onregelmatige slijtage vertonen.
  • Uw wagen trekt of zwenkt naar één kant.
  • Uw stuur keert na een bocht niet terug in de middenstand of staat gedraaid als u op een rechte weg rijdt.
  • U een nieuw stel banden koopt en daar zo lang mogelijk mee wil rijden.
  • U een onderdeel van de ophanging vervangt.
 
Optimaal uitlijnen met Hunter's HawkEye Elite uitlijnsysteem
Voor optimaal uitlijnen van een auto zijn exacte metingen van belang. Bandencentrum Jan Steverink beschikt daarvoor over het Hunter HawkEye Elite uitlijnsysteem.
Uitlijnen met Hunter Hawkeye Elite 
Het HawkEye Elite systeem legt via High Resolution camera's in 3D uiterst nauwkeurig vast hoe genoemde zaken als wielvlucht ('camber'), askanteling ('caster') en sporing ('toe') er voor en na het uitlijnen van uw auto voorstaan.

Hunter HawkEye Elite uitlijnsysteem met geïntegreerd 'bumpsteer' meetsysteem
Bij sommige auto's kan bij gebruik over ongelijke ondergrond het zogenaamde 'bumpsteer' effect optreden waarbij na het uitveren en vervolgens inveren de stand van de wielen dusdanig wijzigt dat de auto een ongewenst zelfsturend effect krijgt. 
Het bumpsteer effect
Bandencentrum Jan Steverink's Hunter HawkEye Elite uitlijnsysteem beschikt over een geïntegreerd bumpsteer meetsysteem dat behalve meten ook aangeeft wat de uit te voeren wielstandcorrecties dienen te zijn om de bumpsteer tot een minimum te beperken.

Hunter's CodeLink zorgt voor belangrijke stuurhoekcorrecties
Tot slot is het van belang dat de stuurhoeksensor gekalibreerd wordt. Dat wil zeggen dat de waardes vergeleken worden met wat ze officieel horen te zijn. Dan pas kan begonnen worden met het opnieuw instellen van de stuurhoeksensor, uiterst belangrijk in verband met de werking van bijvoorbeeld een elektrische stuurbekrachtiging of stabiliteitscontrolesysteem welke onder meer uitgaan van de door de stuurhoeksensor doorgegeven informatie. Daarom wordt bij het uitlijnen in toenemende mate het kalibreren en opnieuw instellen van het besturingssysteem met behulp van de Hunter Engineering's CodeLink een vast onderdeel tijdens uitlijnen. 
 
 
  
 
Uitlijnen naar persoonlijke wensen van de klant
Tijdens het uitlijnen kan door middel van sporing stellen de wegligging van de auto dusdanig beinvloed worden dat onderstuur (rechtuit willen) en overstuur (achterkant komt om) in bochten tot een minimum beperkt wordt.Bij sommigen auto's bestaat ook de mogelijkheid om het camber te stellen tijdens het uitlijnen. In enkele gevallen kan tevens de askanteling (caster) van de wielen versteld worden tijdens het uitlijnen.
Alvorens met uitlijnen te beginnen wordt eerst bepaald of de klant de op compromissen afgestemde standaard instellingen volgens fabrieksopgaves wil volgen. Ook kan worden gekozen voor optimale wegligging met daardoor iets meer of ongelijke bandenslijtage. Op ieders persoonlijke wensen kan namelijk in overleg en op basis van kennis en ervaring worden geanticipeerd om door middel van uitlijnen een resultaat tot stand te brengen dat bij u past.

Sporing ('toe')
Wanneer de wielen van bovenaf gezien met de voorkant naar buiten wijzen (afbeelding links) dan is er sprake van uitspoor. Wanneer de wielen van bovenaf gezien naar binnen wijzen (afbeelding rechts) dan spreken we van toespoor.
sporingsmogelijkheden bij het uitlijnen 

 
Wielvlucht ('camber')
Wanneer de wielen van bovenaf gezien met de bovenkant naar buiten staan (afbeelding links) dan spreken we van positieve wielvlucht. Wanneer de wielen daarintegen met de bovenkant naar binnen staan is er sprake van negatieve wielvlucht (afbeelding rechts). In de praktijk zal een neutrale wielstand (afbeelding midden) of een licht negatieve wielstand gewenst zijn.

 

Askanteling ('caster')
Behalve wielvlucht is de askanteling van betekenis voor het weggedrag van de auto. Het gaat daarbij om de hellingshoek van de stuuras, vandaar de naam askanteling. Wanneer negatieve askanteling wordt toegepast (afbeelding links) heeft dat grotere wendbaarheid van de auto tot gevolg terwijl positieve askanteling (afbeelding rechts) juist rechtuitstabiliteit zal bevorderen. De askanteling heeft bovendien gevolgen voor de mate van wielvlucht bij het insturen van een bocht zodat zaken als sporing, wielvlucht en askanteling zorgvuldig op elkaar afgestemd dienen te worden.